Enkelbreuk / Weber fractuur na operatie

Gebroken enkel.                              Afspraak maken

Vlak boven het enkelgewricht bevinden zich het scheenbeen (tibia) en het kuitbeen (fibula).
Een veelvoorkomende enkelbreuk is een breuk van het kuitbeen. Dit kan gecombineerd gaan met een breuk van het scheenbeen.
Het enkelgewricht bestaat uit een bovenste en onderste spronggewricht. Het bovenste spronggewricht bestaat uit het scheenbeen, kuitbeen en het sprongbeen (talus). Het onderste spronggewricht bestaat sprongbeen en het hakbot (calcaneus). Het scheenbeen en het kuitbeen zijn aan elkaar verbonden met een syndesmose (bindweefselverbinding) en om het enkelgewricht zit een kapsel met banden (ligamenten).

Er bestaan verschillende vormen van enkelbreuken die ingedeeld kunnen worden volgens Weber.
Weber A: een breuk onder de syndesmose
Weber B: een breuk ter hoogte van de syndesmose
Weber C: een fractuur boven de syndesmose

Overzicht

Door indirect geweld met een geforceerde kanteling en extreme draaiing van het enkelgewricht of door een ongeval kan er een fractuur ontstaan.
Deze kan zijn unimalleolair, bimalleolair en trimalleolair.
Een veelvoorkomende fractuur is de Weber B met een fractuurlijn ter hoogte van de syndesmose.
Afhankelijk van de de fractuur kan er besloten worden om het conservatief te behandelen met een spalk dan wel gips. Ook kan er een operatie plaatsvinden waarbij er platen en schroeven of pennen worden geplaatst om de enkel maximaal te stabiliseren. Daarna zal er eventueel een gipsverband worden aangebracht.
Vaak is 100% belasten na 8 weken weer mogelijk afhankelijk het verloop van het genezingsproces en de revalidatie.

Symptomen

Een enkelfractuur wordt snel dik en blauw verkleurd en de enkel is niet meer goed belastbaar.
Op de spoedeisende hulp wordt de diagnose enkelfractuur gesteld.
Met behulp van een rontgen foto kan men de ernst van de fractuur bepalen.

Diagnose

Bij een acuut enkelletsel kan er een fractuur optreden. Hierbij worden de ottawa ankle rules gehanteert om te bepalen of er een rontgenfoto gemaakt dient te worden.
Is er sprake van:
onvermogen om de enkel te belasten
pijn bij palpatie van de mediale malleolus ( enkelknobbel binnenzijde)
pijn bij palpatie van de laterale malleolus ( enkelknobbel buitenzijde)
pijn bij de basis metatarsale v (kleine teen)
pijn bij palpatie van het os naviculaire (middenvoetsbotje)
asdrukpijn in de voorvoet of hiel
drukpijn op het verloop van van de fubula

Het vermogen om de voet te kunnen belasten na het trauma maakt de kans op een fractuur aanzienelijk kleiner en is een gunstig teken voor de ernst van het letsel en het beloop van het letsel.
Wordt de persoon s'nachts wakker met een kloppende pijn dan is het raadzaam de volgende dag alsnog de dokter te consulteren

Behandeling

Bij een enkel fractuur kan de behandeling bestaan operatie of een conservatieve behandeling.

Bij een operatie wordt de enkel gestabiliseerd met platen , schroeven of pinnen om een optimale botsluiting van de fracturen te verkrijgen. Eventueel krijgt men gips en moet het been hoog liggen vanwege zwelling en pijn.
Afhankelijk van de fractuur en de leeftijd mag het been wel of niet belast worden gedurende een bepaalde periode.
In deze periode kan er al geoefend worden om een spitsvoet en overige verklevingen tegen te gaan.
In de volgende periode kan er belast worden geoefend en moet het gewricht met behulp van tracties en translaties weer beweeglijker worden. Verder wordt er getraind op kracht, stabiliteit , coordinatie etc. Ook wordt het lopen traplopen en hardlopen weer getraind.

Bij de conservatieve methode wordt en gips of tape gebruikt en kan er eerder weer worden begonnen met belast te gaan oefenen. Ook hier wordt het gewricht met behulp van tracties en translaties weer beweeglijker gemaakt. Verder wordt er ook getraind op kracht, stabiliteit , coordinatie etc.
Ook wordt het lopen traplopen en hardlopen weer geoefend.    Afspraak maken