Schouder-instabiliteit na luxatie of na reconstructie operatie

Als schouder fysiotherapeut zijn we specifiek geschoold in schouder letsels.
Groningen Sport Revalidatie is actief lid van het Schoudernetwerk Noord.
Een netwerk van medische professionals gespecialiseerd in uw schouder!

In onze fysiotherapiepraktijk zien we veel patiënten met schouderklachten. Een belangrijk deel hiervan heeft stabiliteitsklachten.
Door de verschillende vormen van schouderinstabiliteit is het van groot belang een juiste diagnose te stellen.

Afspraak maken

Overzicht


Een deel van deze klachten bestaat uit een niet optimaal contactopppervlak tussen de verschillende delen van het gewricht. Deze klachten worden aangeduid als instabiliteit. Het schouderblad heeft een belangrijke rol in een stabiele schouder. Het schoudergewricht heeft van nature veel bewegingsmogelijkheden maar is moeilijk te stabiliseren. Soms zien we patienten die een vorm van laxiteit hebben, een gewrichtsstructuur met mobiele ligamenten en kapsel waardoor er een grote mobiliteit is. En sporters met instabiliteit op basis van klachten aan de verschillende structuren, zonder een te grote mobiliteit.

Instabiliteitklachten kunnen zich op diverse manieren manifesteren. Denk bijvoorbeeld aan een zwaar gevoel in de arm, pijnklachten, verminderd vermogen tot krachtzetten etc. Een patiënt zonder instabiliteitklachten kan bij onderzoek een grote laxiteit vertonen. Bij een patiënt met instabiliteitklachten kan een beperkte laxiteit worden gevonden.
Bij een glenohumerale instabiliteit wordt vaak gedacht aan een volledige luxatie van de humeruskop uit het glenoïd, die soms meer dan eens optreedt. In de meeste gevallen komt het echter niet tot een luxatie.

De instabiliteit ontstaat vaak door één van de volgende factoren:

een vergrote beweeglijkheid van het glenohumerale gewrichtskapsel

een afname in mobiliteit van andere gewrichten in de schoudergordel (nekregio overgang en de thoracale wervelkolom incl. de ribben)

een afname van de actieve stabiliteit van de rotatorcuff spieren of de stabilisatoren van de scapula.

Bij het merendeel van deze patiënten staan inklemmingsklachten op de voorgrond, terwijl deze klachten het gevolg zijn van de onderliggende beweeglijkheid.
Een vergrote beweeglijkheid kan overigens ook in andere gewrichten aanwezig zijn.

Het schoudergewricht is een kogelgewricht waarbij de kop in de kom gestabiliseerd moet worden. Doordat de kom ondiep is heeft het een opstaande kraakbeenrand en is de stabiliteit verder afhankelijk van kapsel, banden en spieren. Een juiste werking van het schouderblad is van groot belang deze stabiliteit te waarborgen.

 

Symptomen

Bij spiervermoeidheid ontstaat er een vertraagde spier reactietijd om te stabiliseren. De verschillende spieren moeten goed op elkaar afgestemd blijven om geen instabiliteit te veroorzaken met mogelijke pijnklachten. De pijn zorgt voor een vermindering van kracht en een gestoorde werking spieren en ten slotte een gestoorde schouderfunctie.Dit alles heeft ook invloed op de werking van het schouderblad. Ieder type afwijkend schouderblad werking heeft specifieke schouderklachten tot gevolg.
Bijvoorbeeld; inklemming, instabiliteit, scheuring van het kapsel, scheuring van de opstaande kraakbeen rand, krachtsverlies, irritatie van zenuwen, musculaire disbalans.

Een luxatie van de humeruskop uit het glenoid ontstaat meestal door een trauma. Luxaties in voorwaartse richting treden het meest frequent op. We maken onderscheid in richting van de luxatie en oorzaak van de luxatie. Bovendien is van belang hoe de luxatie reponeert. Bij onvolledige luxaties of recidieven zal de patiënt dit in veel gevallen zelf kunnen. Door het ontstaansmechanisme van de luxatie goed uit te vragen, kunnen veel gegevens over eventuele schade worden verkregen.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de traumatische en atraumatische luxaties. In 95% van de traumatische luxaties luxeert de kop naar voren. Met name de inferieure luxatie komt vooral voor bij multidirectionele instabiliteit.

Luxaties kunnen leiden tot verschillende soorten letsels:

botletsels

ligamentaire/ band letsels

De rontgenfoto moet bepalen of er aanvullend bot letsel is.

 

Diagnose

De diagnose van schouderinstabiliteit is in principe eenvoudig af te leiden uit de anamnese. De patient vermeldt een of meerdere keren van volledige luxatie of subluxatie. Een typisch teken is de pijn en/of gevoel van onzekerheid bij een specifieke lichamelijke test. Deze testen worden zowel in stand als in ruglig uitgevoerd. Aanvullend onderzoek kan nog uitsluitsel geven of er botletsel is.

Behandeling

Als bovenhandse sporter is het erg belangrijk om de scapula spieren goed te trainen. Hoe stabieler de scapula op de ribbenboog staat hoe beter de kracht en de snelheid kan worden verwerkt door de schouder / elleboog / pols.

De immobilisatie duur met een mitella / sling varieert van 2 tot 4 weken. Om problemen te voorkomen in de toekomst gaan we gedurende die periode al belasten op geleide van de klacht. Hoe eerder er weer bewogen wordt hoe eerder er weer herstel plaats vindt van kapsel en ligamenten en de ingroei van mechanoreceptoren. De intensiteit is afhankelijk van de getraindheid van de patient.

Door een geleidelijke opbouw in sport specifieke belasting naar het eigen nivo is er minder risico op een herhaling van de blessure.

Onze opbouw in schoudertraining.

scapula stabilisatie training
schoudertraining tot 90 gr heffen
schoudertraining bovenhands
schoudertraining volgens Kibler / Cools
sport specifieke slag, gooi, werp training     Afspraak maken

Tips

Regelmatig zien we bovenhandse sporters die eenzijdig getraind zijn. Meestal zijn de spieren aan de voorzijde goed ontwikkeld en zijn de spieren aan de achterzijde van de romp in sterkte minder. Met name bij pijnklachten worden spieren nog meer ontzien en ontstaat er een disbalans die kan leiden tot verergering van klachten. Juist het trainen van de spieren rondom het schouderblad en van de romp heeft in zeer veel gevallen een gunstig effect op de stabiliteit van het schoudergewricht.